aanslibben

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·slib·ben
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanslibben
slibde aan
aangeslibd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanslibben

  1. groter worden of ontstaan door slibben

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.