aanscherpen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·scher·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanscherpen
scherpte aan
aangescherpt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanscherpen

  1. scherper maken
    Een beitel aanscherpen.
  1. (figuurlijk) effectiever maken, erger maken
    Door de vervelende opmerkingen van de leraar werd de ruzie in de klas verder aangescherpt.
    Door de prijzenoorlog werden de prijzen nog verder aangescherpt.
    De minister wil de regelgeving aanscherpen.
Vertalingen