aanrechtkastje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
aanrechtkastjes onder het aanrecht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·recht·kast·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord aanrechtkastje aanrechtkastjes

Zelfstandig naamwoord

aanrechtkastje o dim. tant.

  1. een klein kastje in een keukenaanrecht
    • De schoonmaakmiddelen liggen in het aanrechtkastje.