aanprijzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·prij·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanprijzen
prees aan
aangeprezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

aanprijzen

  1. door prijzen aanbevelen, zeggen dat iets of iemand heel goed is
    • De nieuwe werkneemster werd door haar direkte chef hemelhoog aangeprezen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.