Naar inhoud springen

aanprijzen

Uit WikiWoordenboek
  • aan·prij·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanprijzen
prees aan
aangeprezen
klasse 1 volledig

aanprijzen

  1. overgankelijk door prijzen aanbevelen, zeggen dat iets of iemand heel goed is
    • De nieuwe werkneemster werd door haar directe chef hemelhoog aangeprezen. 
     Ze hadden deze tocht beter kunnen aanprijzen als de pelgrimsroute door de tuinen van Dante's Inferno. 'Geblakerde akkers waar u ook kijkt, soms zelfs nog brandende stukken grond aan uw voeten. Gesmolten asfalt, zwarte velden en keien.En heel af en toe een dode boom.'[1]
     Ze hebben hem verplaatst, inclusief het mos Nu staat hij langs de weg, dat is vreemd t0Ch?' Zijn vriendjes keken hem aan vol afgrijzen Duwden hem omver, tussen eikels en blad Op de donkere aarde van de regen zo nat Het zou hem leren zichzelf aan te prijzen Hij krabbelde op, vol modder en spijt Vegen op zijn wangen, haren vol zaadjes Zocht hij meteen naar nieuwe kameraadjes Troost zocht hij zelden, daarvoor was geen tijd Ik sla het schrift dicht en doe de lamp uit.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be