aanpassingsperiodetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·pas·sings·pe·ri·o·de·tje

Zelfstandig naamwoord

aanpassingsperiodetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aanpassingsperiode

Gangbaarheid