Naar inhoud springen

aannamen

Uit WikiWoordenboek
  • aan·na·men

deaannamenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanname
vervoeging van
aannemen

aannamen

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aannemen
    • ...dat wij aannamen. 
    • ...dat jullie aannamen. 
    • ...dat zij aannamen. 
     Haar handelingen waren ingestudeerde gestes die zich volledig afzonderlijk van een innerlijk leven leken te voltrekken - daar waar de dingen hun ware vorm aannamen.[1]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125