aanname

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·na·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanname aannamen, aannames
verkleinwoord aannametje aannametjes

Zelfstandig naamwoord

aanname v/m

  1. een veronderstelling
    • De aanname bleek onjuist te zijn. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie