aanmoedigend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·moe·di·gend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: aanmoedigen
verbogen vorm: aanmoedigende

aanmoedigend

  1. onvoltooid deelwoord van aanmoedigen


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanmoedigend aanmoedigender aanmoedigendst
verbogen aanmoedigende aanmoedigendere aanmoedigendste
partitief aanmoedigends aanmoedigenders -

Bijvoeglijk naamwoord

aanmoedigend

  1. stimulerend, ondersteunend, opjuttend, enthousiast
    • Luid gejuich, aanmoedigend geschreeuw: ,,Kom op!’’ De Prinsenbeekse Janny Martels (47) loopt de finish over, ondersteund door twee EHBO-ers. Ze is officieel de allerlaatste die de eindstreep haalt. Bij de afmeldbalie barst ze in huilen uit als ze hoort dat ze het écht gehaald heeft. [1] 
    • Met in het geval van de Eiberrun wel de plussen van extra sfeer door aanmoedigend publiek en contact onderweg. [2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Anita van Rootselaar 22-07-17 Janny haalde de eindstreep nèt dankzij EHBO'er Maurice
  2. Tubantia Peter Zandee 27-05-18 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/gezond-over-de-finish-in-br-gezond-tempo-meneacute-t-water~a0486346/ 'Gezond over de finish in gezond tempo mét water']