aanmeten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·me·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanmeten
mat aan
aangemeten
klasse 5 volledig

Werkwoord

aanmeten

  1. ditransitief de maat nemen voor
    • Hem werd een splinternieuw pak aangemeten. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.