aanmatigend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ma·ti·gend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanmatigend aanmatigender aanmatigendst
verbogen aanmatigende aanmatigendere aanmatigendste
partitief aanmatigends aanmatigenders -

Bijvoeglijk naamwoord

aanmatigend

  1. arrogant, pretentieus
    • Het aanmatigend optreden van Jan I maakte hem niet populair bij de adel. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanmatigen

aanmatigend

  1. onvoltooid deelwoord van aanmatigen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.