aanmaakblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. Drie aanmaakblokjes naast een verpakking voor twintig stuks.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·maak·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanmaakblok aanmaakblokken
verkleinwoord aanmaakblokje aanmaakblokjes

Zelfstandig naamwoord

aanmaakblok o

  1. gemakkelijk brandbaar materiaal dat men gebruikt om een vuur te beginnen
    • Ze draaide de kachel in de keuken hoog en wierp een aanmaakblok in de open haard in de woonkamer. [1]
    • De stichting raadt het gebruik van brandbare vloeistoffen af bij het aansteken van bijvoorbeeld een BBQ. Dat moet altijd met aanmaakblokjes. In geen geval mogen brandbare vloeistoffen op een open vuurbron worden gespoten, aldus de stichting.[2] 
    • De man werd vorig jaar juli aangehouden na de vondst van zes tassen met drugs in de kantine. Hij beweerde toen dat er aanmaakblokjes voor de barbecue in de tassen zaten, maar het bleek te gaan om 100 kilo MDMA, de werkzame stof in xtc.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Berk, M. Flip 1e druk (2017) Atlas Contact, Amsterdam; ISBN 9789045034935; hfst. 29; geraadpleegd 2018-03-14
  2. de Telegraaf 29 mei 2017
  3. de Telegraaf 9 mei 2016