aanloupe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /aːn(x)lɒʊpɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanloupe
leep aan
aangeloupe
klasse 7 volledig

Werkwoord

aanloupe

  1. (Hooglimburgs) een aanloop nemen
  2. (Hooglimburgs) grond aanstampen