aanloopperiodetjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·loop·pe·ri·o·de·tjes

Zelfstandig naamwoord

aanloopperiodetjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord aanloopperiode