aanloggen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·log·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

aanloggen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanloggen
logde aan
aangelogd
zwak -d volledig
  1. (informatica) aanmelden op een computernetwerk
     Voortaan kan iedereen die een aanvraag wil indienen zich aanloggen met zijn elektronische identiteitskaart en het formulier invullen op de website www.e-griffie.be. Na elektronische betaling wordt de vzw opgericht in de kruispuntbank van ondernemingen. Enkele dagen later wordt dan de oprichting gepubliceerd in het staatsblad.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. aanloggen op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron jvt “Vzw oprichten kan voortaan online” (12/07/2012), De Standaard