aanlijnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·lij·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanlijnen
lijnde aan
aangelijnd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanlijnen

  1. aan de lijn doen (van honden)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.