aankweek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·kweek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aankweek aankweken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aankweek m

  1. het kweken
  2. het gekweekte

Werkwoord

vervoeging van
aankweken

aankweek

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankweken
    • ... dat ik aankweek. 

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.