aankoopsommetjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·koop·som·me·tjes

Zelfstandig naamwoord

aankoopsommetjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord aankoopsom