aankomstplaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Leeuwarden als start- en aankomstplaats van de Elfstedentoch
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·komst·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aankomstplaats aankomstplaatsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aankomstplaats v/m

  1. de stad of het dorp waar een reis of tocht eindigt
    • In 2013 was Nice voor het laatst opgenomen in het routeschema van de Tour. De stad was toen de start- en aankomstplaats van een ploegentijdrit, gewonnen door de Australische ploeg Orica-GreenEdge.[1] 
    • De provincies Zeeland en Noord-Brabant zijn zaterdag uitgelopen voor de herdenking van de Slag om de Schelde. Langs de route en in aankomstplaats Bergen op Zoom stonden tienduizenden mensen, aldus een woordvoerder van de organisatie.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 12 mrt. 2018
  2. de Telegraaf 25 okt. 2014