aankloppen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·klop·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aankloppen
klopte aan
aangeklopt
zwak -t volledig

Werkwoord

aankloppen

  1. onovergankelijk kloppen om binnen te komen
    • Op mijn driftig aankloppen werd niet gereageerd. 
  2. ~ bij: hulp vragen aan
    • Bij allerlei tegenslagen kunnen de kinderen altijd bij de ouders aankloppen 
     Niet als levende wezens met een zwaar leven die extra in de problemen waren gekomen en hier om hulp aanklopten.[1]
  3. overgankelijk door kloppen vaster maken
     Het materiaal in de voeg goed aankloppen met een zachte bezem.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 december 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Het vullen van steen- en tegelvoegen” op appeltern.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be