aankloppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·klop·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aankloppen
klopte aan
aangeklopt
zwak -t volledig

Werkwoord

aankloppen

  1. kloppen om binnen te komen
    Op mijn driftig aankloppen werd niet gereageerd.
  2. ~ bij: hulp vragen aan
    Bij allerlei tegenslagen kunnen de kinderen altijd bij de ouders aankloppen
Vertalingen