aanhitsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hit·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanhitsen
hitste aan
aangehitst
zwak -t volledig

Werkwoord

aanhitsen

  1. aanvuren, aanmoedigen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.