aanhielden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hiel·den

Werkwoord

vervoeging van
aanhouden

aanhielden

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aanhouden
    • ...dat wij aanhielden. 
    • ...dat jullie aanhielden. 
    • ...dat zij aanhielden. 
     Terwijl ze keurig de buitenrand van het gigantische zwembad aanhielden, slenterden ze verder.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2