aanheffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hef·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanheffen
hief aan
aangeheven
klasse 7 volledig

Werkwoord

aanheffen

  1. beginnen.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

aanheffen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanhef

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.