aanhangwagentjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hang·wa·gen·tjes

Zelfstandig naamwoord

aanhangwagentjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord aanhangwagen