Naar inhoud springen

aangetrouwd

Uit WikiWoordenboek
  • aan·ge·trouwd
stellend
onverbogen aangetrouwd
verbogen aangetrouwde
partitief aangetrouwds

aangetrouwd

  1. (familie) aangehuwd; door het huwen lid worden van een familie
    • De aangetrouwde familieleden worden ook wel de koude tak genoemd. 
    • De man van mijn zus is een aangetrouwd familielid en wordt wel zwager genoemd. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be