aangestiefeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·stie·feld
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen aangestiefeld
verbogen aangestiefelde
vervoeging van
aanstiefelen

aangestiefeld voltooid deelwoord van aanstiefelen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Hij was op huis aangestiefeld. 
  2. attributief gebruikt
    • De inmiddels aangestiefelde begeleider werd vrolijk begroet. 
  3. bijwoordelijk gebruikt
    • Hij kwam vrolijk aangestiefeld. 

Gangbaarheid