aangeland

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·land
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen aangeland
verbogen aangelande
partitief aangelands

Bijvoeglijk naamwoord

aangeland [2]

Werkwoord

vervoeging van
aanlanden

aangeland

  1. voltooid deelwoord van aanlanden
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen