aangekeft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·keft
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

Deelwoord

deelwoord
onverbogen aangekeft
verbogen aangekefte
vervoeging van
aankeffen

aangekeft voltooid deelwoord van aankeffen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Het hondje had hem een tijdje aangekeft. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Hij hield er niet van aangekeft te worden. 
  3. attributief gebruikt
    • De aangekefte poema maakte een eind aan het gekef. En aan het hondje. 
  4. bijwoordelijk gebruikt terwijl men keft
    • Paleiswacht Dagoe Fetiman komt woedend aangekeft: 'Doorlopen allemaal!' [1]  


Verwijzingen