aangebeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·beld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: aanbellen…
verbogen vorm: aangebelde

aangebeld

  1. voltooid deelwoord van aanbellen

Gangbaarheid