aaneenzitten
Uiterlijk
- aan·een·zit·ten
- samenstelling van aaneen bw en zitten ww
aaneenzitten [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aaneenzitten |
zat aaneen |
aaneengezeten |
| klasse 5 | volledig | |
- aan elkaar vastzitten
- Het woord 'aaneenzitten' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.