aandurven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·dur·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandurven
durfde aan
aangedurfd
zwak -d volledig

Werkwoord

aandurven

  1. overgankelijk de moed hebben om te beginnen met, durven te doen
    • Er zijn weinig mensen die het aandurven om hun pc onder te brengen in een kast die ze zelf ontworpen en gebouwd hebben. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.