aandrong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·drong

Werkwoord

vervoeging van
aandringen

aandrong

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van aandringen
    • ... dat ik aandrong. 
    • ... dat jij aandrong. 
    • ... dat hij, zij, het aandrong. 
     Hoewel Denise aandrong om mee te gaan, had ze dit resoluut afgewezen.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2