aandraven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·dra·ven
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

aandraven [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandraven
draafde aan
aangedraafd
zwak -d volledig
  1. snel lopen of rustig rennen door paarden of mensen
    • Bij het inrijden voor zijn dressuurproef raakte zijn paard Twilight met het ijzer van een van zijn voorbenen het andere. „Dat deed hem echt zeer, maar na wat stappen en wat aandraven, deed hij het weer”, legde de Twentse menner uit.[2] 
    • U kent ze wel, de groepjes hijgende stedelingen in het Vondelpark, die achter een veel te fitte drill instructor aandraven, squats, burpees of andere spiermassa kwekende oefeningen doen en tot slot zich nog even oprekken aan het klimrek.[3] 
  2. komen aandraven met: (figuurlijk) snel komen om iets te vertellen of te geven
    • ,,Ik heb ook al meegemaakt dat een sollicitant ons bedrijf verwarde met een andere firma waar ze had gesolliciteerd”, vervolgt Berghs. ,,Toen ik aan de dame in kwestie vroeg wat zij over ons wist, kwam ze aandraven met een verhaal over een concurrent. Ze had haar huiswerk dus wel gemaakt, maar helaas niet goed genoeg.”[4] 
    • Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: er heeft nu een natuurlijke selectie plaats. De succes-supporters en succes-sponsors haken af en de echte blijven over. Nu nog Fred Rutten aanstellen als technisch-directeur en die komt met een nieuwe Elia, De Jong en Douglas aandraven. Kosten niks en leveren een berg geld op. Dan wordt alles weer als vroeger.[5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen