aandeelhouderschap
Uiterlijk
- Geluid: aandeelhouderschap (hulp, bestand)
- IPA: / ˈandelhɔudərsxɑp / (6 lettergrepen)
- aan·deel·hou·der·schap
- afleiding van aandeelhouder met het achtervoegsel -schap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aandeelhouderschap | aandeelhouderschappen |
| verkleinwoord |
het aandeelhouderschap o
- (economie) het in bezit hebben van aandelen van een onderneming; het aandeelhouder zijn
- ▸ Aandeelhouders ergeren zich sowieso aan hun geringe inspraak. Topman De Haas gaat zijn eigen gang en wordt door critici met een zonnekoning vergeleken. CNV-bestuurder Patrick Fey werpt tegen dat de gemeenten nooit bijzonder hun best hebben gedaan. ,,Als je invloed wilt hebben via het aandeelhouderschap, werk daar dan aan.”[1]
- ▸ Berkelland heeft bij een eerdere discussie over het aandeelhouderschap van de Twentse afvalverwerker besloten deelnemer te blijven van het bedrijf.[2]
1. het in bezit hebben van aandelen van een onderneming; het aandeelhouder zijn
- Het woord aandeelhouderschap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron David Bremmer“D-day Eneco: dit zijn de argumenten vóór en tegen verkoop” (31-10-2017), Tubantia - ↑
Weblink bron “Berkelland wil aandelen Twence overnemen van Almelo en Oldenzaal” (02-11-2017), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 18
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -schap in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal