aandeelhouder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·deel·hou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aandeelhouder aandeelhouders
verkleinwoord aandeelhoudertje aandeelhoudertjes

Zelfstandig naamwoord

aandeelhouder m

  1. (financieel) een houder van één of meer bewijzen van aandeel
    De aandeelhouders werden erg zenuwachtig over een mogelijk naderende beurskrach.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie