Naar inhoud springen

aandeelhouder

Uit WikiWoordenboek
  • aan·deel·hou·der
enkelvoud meervoud
naamwoord aandeelhouder aandeelhouders
verkleinwoord aandeelhoudertje aandeelhoudertjes

deaandeelhouderm

  1. (financieel) een houder van één of meer bewijzen van aandeel
    • De aandeelhouders werden erg zenuwachtig over een mogelijk naderende beurskrach. 
     Nadat ik mijn verhaal had gedaan, vertelde Tom dat hij heeft ontdekt dat de vijf procent van het verkoopbedrag van iedere vervalsing naar een Zwitserse GmbH ging waarvan Heinz Kramm nog steeds enig aandeelhouder is.[1]
     'Heeft dan echt niemand van jullie bedacht dat mij dit als aandeelhouder ook aangaat?' Lauren is de eerste die haar mond opendoet.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. “Het dossier” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021042503
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be