aandeelhebber

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·deel·heb·ber
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van aandeel en de stam van hebben met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord aandeelhebber aandeelhebbers
verkleinwoord aandeelhebbertje aandeelhebbertjes

Zelfstandig naamwoord

aandeelhebber m

  1. (economie) eigenaar van aandelen, actionaris
    • Zodra de koers gunstig is, doet de aandeelhebber afstand van zijn aandelen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Gangbaarheid