aanbraden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

aanbraden
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bra·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanbraden
braadde aan
aangebraden
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

aanbraden

  1. overgankelijk, (kookkunst) even laten braden in een vet op hoog vuur zodat er een bruin korstje ontstaat en de vleessappen behouden blijven
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie