aanbraden

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

aanbraden
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bra·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanbraden
braadde aan
aangebraden
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

aanbraden

  1. overgankelijk, (kookkunst) even laten braden in een vet op hoog vuur zodat er een bruin korstje ontstaat en de vleessappen behouden blijven
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be