aanbieder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bie·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbieder aanbieders
verkleinwoord aanbiedertje aanbiedertjes

Zelfstandig naamwoord

aanbieder m [1]

  1. (beroep) iemand die beroepshalve een advies, dienst of een product ter beschikking stelt
    • Je kunt kiezen tussen verschillende internetaanbieders 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbieder aanbieders

Zelfstandig naamwoord

aanbieder

  1. aanbieder