aanbiddelijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bid·de·lijks
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

aanbiddelijks

  1. partitief van de stellende trap van aanbiddelijk
    • Dat is iets aanbiddelijks...