aanbevolen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·vo·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanbevelen

aanbevolen

  1. voltooid deelwoord van aanbevelen
Uitdrukkingen en gezegden
zin hebben in iets

Gangbaarheid