aanbevolen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·vo·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: aanbevelen…
verbogen vorm: aanbevolene

aanbevolen

  1. voltooid deelwoord van aanbevelen
  2. vormt de lijdende vorm
     Een bestemming én manier van vakantie vieren die ons door de dame in het reisbureau overigens van harte werd aanbevolen.[1]
Uitdrukkingen en gezegden
zin hebben in iets

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2