aanbehoort
Uiterlijk
- Geluid: aanbehoort (hulp, bestand)
- IPA: / ˈambeˌhort / (3 lettergrepen)
- aan·be·hoort
| vervoeging van |
|---|
| aanbehoren |
aanbehoort
- (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbehoren
- ... dat jij aanbehoort.
- (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbehoren
- ... dat hij aanbehoort.