aaltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·tje
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van Aelmere (IJsselmeer) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord aaltje aaltjes

Zelfstandig naamwoord

aaltje o dim. tant. [2]

  1. (nematoden) Meloidogyne op Wikispecies draadworm, parasiet op planten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

aaltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aal

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen