aalscholver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

aalscholver
Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·schol·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aalscholver aalscholvers
verkleinwoord aalscholvertje aalscholvertjes

Zelfstandig naamwoord

aalscholver m

  1. (gentachtigen) benaming voor vogels uit het geslacht Phalacrocorax op Wikispecies, pelikaanachtige en visetende zwarte watervogels die na een duik hun vleugels moet laten drogen in het bijzonder de soort Phalacrocorax carbo op Wikispecies
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Opmerkingen
  • De woorden aalscholver en schollevaar zijn aptagrammen, omdat ze dezelfde vogel aanduiden.
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen