aalbessenstruikje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·bes·sen·struik·je

Zelfstandig naamwoord

aalbessenstruikje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aalbessenstruik

Gangbaarheid