aaibaarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aai·baar·ders

Bijvoeglijk naamwoord

aaibaarders

  1. partitief van de vergrotende trap van aaibaar
    • Dat is iets aaibaarders...