aageh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • aa·geh
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Pennsylvania-Duitse werkwoord geh met het voorvoegsel aa-
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
aageh
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
(iss) aagange
enkelvoud meervoud
1e persoon ich geh aa mir gehne aa
gehn aa
2e persoon du gehscht aa dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
geht aa
-
gehne aa
gehn aa
-
3e persoon er geht aa sie gehne aa
gehn aa
sie geht aa
es geht aa

Werkwoord

aageh

  1. overgankelijk betreffen
  2. onovergankelijk aangaan, aanpakken, beginnen
  3. onovergankelijk mogelijk of betrouwbaar zijn
Uitdrukkingen en gezegden
  • Sell geht dich nix aa!
Dat gaat je niets aan!
Opmerkingen

Werkwoord

aageh + accusatief

  1. overgankelijk iemand aanvallen