a-capellakoortjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • a-ca·pel·la·koor·tjes

Zelfstandig naamwoord

a-capellakoortjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord a-capellakoor