aúpa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
aupar

aúpa

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van aupar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van aupar