Naar inhoud springen

Zac

Uit WikiWoordenboek
  • Zac
  enkelvoud
nominatief   Zac  
genitief   Zacs  

Zac m

  1. (mannelijke naam) jongensnaam
     ' Zac laat zijn bril met een tikje van zijn voorhoofd naar zijn neus vallen en leest verder.[1]
     Maar dat hoor ik niet te doen, ik ben geen coach ' 'Wat is er mis met een coach?' Sinds zijn ontslag gaat Zac langs bij een loopbaancoach, een meisje van eind twintig dat nog nauwelijks met haar eigen loopbaan begonnen is.[1]


  1. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340