Naar inhoud springen

Winder

Uit WikiWoordenboek
  • Win·der
  • Afkomstig van he Duitse woord  Winter zn 
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Winderes WinderWindredie Windre
datief me Winderem WinderWindrede Windre
accusatief en Winderes WinderWindredie Windre

Winder, m

  1. (tijdrekening) winter
    «Selle Winder hemmer viel Schnee un Eis ghatt.»
    Deze winter hebben we veel sneeuw en ijs gehad.

| width="1%" | | valign="top" cellpadding="5" style="color:var(--color-base,#202122); background:var(--background-color-interactive-subtle,#f8f9fa); border:1px solid var(--border-color-base,#a2a9b1);" |

| width="1%" | | valign="top" cellpadding="5" style="color:var(--color-base,#202122); background:var(--background-color-interactive-subtle,#f8f9fa); border:1px solid var(--border-color-base,#a2a9b1);" |