WikiWoordenboek:GrootDictee/1999

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit is de tekst van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 1999. De auteur van het dictee is Han van Gessel. De tekst is met de verouderde spelling van vóór 2006.

Het jachtige bestaan[bewerken]

1. De laatste kwarteeuw van dit millennium zien wij steeds meer veelgeplaagde mensen lijden onder de spanningen van het jachtige bestaan dat zij leiden; we zullen er niet over uitweiden, maar zij maken soms excentrieke bokkensprongen en keren niettemin meestal onverrichter zake huiswaarts.

2. Vooral de vermaledijde files brengen veel hartkloppingen teweeg; de snelweg verandert vaak in een kafkaiaans landschap, waar machiavellisten in een deux-chevauxtje de hele trukendoos opentrekken om de guerrilla op de lange lindelaan zo nodig stiekem - pats-boem - met een watjekouw te beslechten.

3. Menigeen haalt in arren moede een gsm'etje tevoorschijn, waarmee uitentreuren met de clientèle wordt gebeld om de precieze locatie te melden; toeschouwers geven geen sjoege als zij midden in het peloton worden geconfronteerd met deze iconen van het elektronicatijdperk.

4. De klok, o verafgode totem van technische productie, is voor velen de kop van Jut; in een onverbiddelijke cadans tiranniseert de secondewijzer met mathematische precisie de hele rataplan van efemere besognes.

5. Waar is de tijd dat kantklossters met engelengeduld minuscule verguldsels aanbrachten op karmozijnen draperieën voor de soevereine chic van adellijken huize? Zij zetten zich voor een habbekrats aan het spinnewiel, maar maakten zich nochtans niet met een jantje-van-leiden ervan af.

6. In de Middeleeuwen brachten benedictijner monniken met hun wijdvallende pijen onder weidse kloostergewelven rust met hun gregoriaanse gezangen gewijd aan hun Onze-Lieve-Heer; later recupereerden velen bij renaissancistische melodieën van citer of klavecimbel.

7. Heden ten dage praktiseren corpulente luiwammesen hun jeuïge privé-hobby's bij vlammend openhaardhout of barbecue; zij doen zich zonder veel egards te goed aan ratatouille of balkenbrij, voorzover dat geen consequenties heeft voor hun cholesterolgehalte.

8. Pennenvrienden van het dictee, nu we dit fin de siècle in de annalen bijschrijven, is het raadzaam zo niet noodzakelijk althans even langzaamaan te doen; laat u niet te veel opjutten door geëxalteerde gedachtekronkels, maar geniet volop van de ambrozijnen verrukkelijkheden des levens!